Op de Universiteit van Maastricht woedt een hevige discussie over de vraag of je een vrouw wel gewoon “een vrouw” mag noemen. Actiegroep Anonymous vindt die term namelijk niet inclusief genoeg. Het moet zijn: “mens dat menstrueert”. Omdat het universiteitsmagazine Observant daar niet in mee wilde is hun site half januari drie dagen platgelegd door hackers.

In een e-mail van 24 januari aan de redactie eist Anonymous de ddos-aanval op. “Observant bedrijft valse journalistiek en publiceert haatdragende opinieartikelen, die het een podium maken voor extreemrechts. Racisme en transfobie worden steeds dominanter. We hebben de redactie vooraf gemeld dat we hun site daarom zouden platleggen en hebben dat uiteindelijk ook gedaan.” De redactie deed daarop aangifte bij de politie, schrijft NRC. Volgens hoofdredacteur Riki Janssen is Observant verre van transfoob, seksistisch of racistisch. “We proberen alle perspectieven in elk debat aan het woord te laten.”

Het onderscheid sekse en gender

Het conflict begon met een e-mail van de groep Feminists of Maastricht (FOM), die bezwaar maakte tegen een artikel over hun actie om gratis maandverband neer te leggen in de toiletten van de universiteit. Observant schreef over ‘vrouwen’, FOM vond echter dat er moest staan: ‘mensen die menstrueren’. Er zijn immers ook transpersonen die een maandelijkse cyclus hebben. Voor de duidelijkheid: sekse staat vast bij de geboorte. In 99,9% van de gevallen is een baby ofwel een jongetje of wel een meisje, er is slechts een heel kleine groep die als transseksueel ter wereld komt. Dan het begrip gender: dat is datgene waar de persoon in kwestie zich het meest mee identificeert. Er zijn dus mensen die geboren zijn als ‘vrouw’ en die daarom maandelijks ovuleren en menstrueren, maar zich geen vrouw voelen en zich bijgevolg ook niet als zodanig benoemen, gedragen of kleden. Daarom is er verzet tegen het onlosmakelijk verbinden van de begippen ‘vrouw’ en ‘menstruatie’.

Dwang werkt altijd contra-productief

De aktiegroep sommeerde het universiteitsblad om de tekst aan te passen “or we will mobilise our community against this.” De redactie besloot niet overstag te gaan. Ze nodigde FOM wel uit om uitgebreider  te schrijven over hun standpunten. Ze overwogen nog even “om de angel eruit te trekken en tussen haakjes te vermelden dat “FOM liever van mensen spreekt”, aldus Riki Janssen, maar deden dat uiteindelijk niet. “We wilden agressieve taal en dreigementen niet belonen.” Inmiddels is de website extra beschermd tegen aanvallen.

De Twitter Taliban

De Britse schrijfster J.K. Rowling kreeg het twee jaar geleden al flink te verduren toen ze aangaf het maar niets dat in een artikel de term ’mensen die menstrueren’ gehanteerd werd. Ze vroeg zich hardop af of het niet korter en makkelijker kan: “wellicht zoiets als ’vrouwen’?” Dat leverde haar een tsunami van kritiek op van mensen die opmerkten dat ook mensen die zich als ‘man’ identificeren toch kunnen menstrueren. Haar tweet werd bijna 8.000 keer gedeeld en kreeg meer dan 50.000 likes. Toch was er ook veel commentaar, met bijna 25.000 reacties. Rowling liet weten dat ze herhaaldelijk voor transgenders is opgekomen en hun rechten zeer respecteert, maar zij wil een onderscheid maken tussen sekse en gender. “Mijn leven is gevormd doordat ik geboren ben als vrouw. Ik denk niet dat ik daarmee iets haatdragends beweer.” De Harry Potter-auteur werd door haar critici een TERF genoemd: een acroniem dat staat voor Trans Exclusionary Radical Feminist, oftewel een radicale feminist die trans vrouwen niet beschouwen als vrouwen.

Non-binair

Nanoah Struik is transgender, laat zich daarom ook geen hij of zij noemen, maar ‘hen’ en schrijft bij One World: “Als non-binair persoon word ik al vaak zat geforceerd in de binaire hokjes die wij kennen in onze maatschappij: man of vrouw. Maar als non-binair persoon voel ik mij in beide hokjes niet prettig. Helaas heeft Moeder Natuur mij wel opgezadeld met een baarmoeder, en daardoor word ik zo nu en dan ongesteld. Om de kliederboel te minimaliseren, gebruik ik maandverband. In principe gooi je de verpakking gewoon weg, maar het is toch fijn dat je er niet telkens aan wordt herinnerd dat het product dat je eigenlijk gedwongen gebruikt, bedoeld is voor vrouwen. Een vrouw, dat ben ik niet. Maar menstrueren doe ik wel.”

Vrouwen menstrueren maar 35 jaar

Nederlandse media moeten kritischer zijn over genderingrepen bij Nederlandse tieners. Dat schreef mediasocioloog Peter Vasterman in NRC. Hij vindt het vervelend dat de discussie volgens hem ‘niet gevoerd mag worden’. Volgens hem zijn veel journalisten bang om het onderwerp erover te berichten, omdat ze bang zijn om voor ’transfoob’ uitgemaakt te worden, zoals hem overkwam. De angst om niet ‘woke’ genoeg te worden bevonden en ‘gecancelled’ te worden. Vergeef me deze engelse termen, maar dat is nou eenmaal de taal waarmee deze discussie gewoerd wordt. En als we het dan toch over taal hebben dan is ‘people who menstruate’ (mensen die menstrueren) biologisch incorrect. Een vrouw wordt in haar leven gemiddeld 13x per jaar ongesteld gedurende 35 jaar van haar leven. Grofweg kun je stellen dat meisjes beneden de 11 jaar en vrouwen boven de 55 jaar geen ‘menstruerende personen’ zijn.

Wel gelijkwaardig, niet gelijkaardig

Mensen die zich werkelijk gevangen voelen in een verkeerd lichaam, verdienen mijns inziens ons aller aandacht en begrip. Maar als je echt aan emancipatie wilt werken op dit terrein, moet je qua persoonlijke naamwoorden er juist niet meer bij gaan bedenken, maar minder. Dus voor één neutrale term kiezen. Naast hij of zij, kun je sinds een aantal jaren ook ‘hen’ (in het engels ’they’) aanvinken. Het zou beter zijn als we kiezen voor echt onzijdige term, voor het gemak noem ik maar ven ‘xij’. Om nog maar te zwijgen over de term LGBTQUIA+. Een tongbreker, niet heel erg humaan klinkend en ook nog eens seksuele en gender -voorkeur op één hoop gegooid. Dat kan toch gewoon ‘Queer’ worden en/of ‘derde gender’?

Over die enorme ingrepen praten we niet

Als we een echte fijne samenleving willen, moeten we juist ophouden met meer onderscheid te maken en dus minder woorden verzinnen. Onderscheid bestrijd je niet door juist onderscheid te maken. Dat is totaal ongeloofwaardig. Net als ‘verkeerd lichaam’. Dat is nog onaardig ook tegenover Moeder Natuur, of God, of Darwin of wie je er ook maar verantwoordelijk voor acht. Juist het feit dat we naast het begrip sekse (man / vrouw) ook het begrip gender hebben, maakt dat je je vrij kunt voelen. Als er een beroemdheid wordt ‘betrapt’ op het laten uitvoeren van plastische of cosmetische chirurgie staan ‘de bladen’ erover vol en is het het gesprek van de dag bij de waterkoeler. Maar als er ingrepen worden gedaan in zoiets existentieels als geslachtskenmerken, mogen we daar geen vragen over stellen, worden we daarover nauwelijks geïnformeerd en mag er al helemaal niet over gediscussieerd worden.

Onomkeerbaar

En dat is behoorlijk hypocriet, want het verwijderen van een penis of van vrouwenborsten, in combinatie met ’tonnen’ aan steroïde hormonen (dan wel vrouwelijk, dan wel mannelijk) is vele malen ingrijpender en riskanter voor het menselijk lichaam dan een neuscorrectie of liposuctie van buik en billen. En wat te denken van een vulva creëren in een lijf dat eerder uitgerust was met een mannelijk lid? Het zijn ware kunststukjes die deze genderspecialisten kunnen verrichten hoor, maar daarover spreken alsof het de normaalste zaak van de wereld is, stuit mij tegen de borst. De vrouwenborst(en) welteverstaan. Deze operaties zijn ook nog eens onomkeerbaar, zoals u zult begrijpen. Het zou zomaar eens kunnen dat als de acceptatie van transgenders in onze maatschappij beter wordt, er veel minder behoefte komt aan lichamelijke interventies.

Echte vrijheid oogt anders

Over die lichamelijk transities wil ik hier niet teveel uitweiden, dat doe ik graag eens in een apart artikel. Het gaat me om het geforceerde. In lijfelijke zin, maar ook in taal en verplichte denkkaders. Ik studeerde eind jaren ’70 en begin jaren ’80. Toen al deden we niet moeilijk over een man in een rok en met make-up. Ikzelf hulde me graag in 3-delige (broek-)pakken. Ja inclusief stropdas of jabot. Ook reed ik op een mannen-racefiets: ik had (en heb) dus masculiene trekjes, maar mijn naakte lichaam verraadt aan alle zijden dat het vrouwelijk is en er is me nooit enige penisnijd overvallen. Natuurlijk kunnen transactivisten nu makkelijk roepen: “Dat geldt voor jou Annedieke, dat geldt niet voor iedereen!” En daar hebben ze gelijk in. Maar ik denk dat de samenleving leuker wordt als we accepteren dat mannen er niet meer als zodanig uit hoeven te zien en vrouwen vice versa ook niet. De echte vrijheid is er pas als je het niet meer hoeft te benoemen en het vooral niet ingewikkelder of onlogischer maakt. Ik vind de benaming ‘zwangere personen’ echt prima hoor, maar als de baby in jouw baarmoeder is verwekt en gegroeid zul je altijd de moeder blijven van dit kind en nimmer de vader worden.

Personen

Want we zijn al best een stuk opgeschoten. Steeds vaker lezen we in krantenberichten over ‘personen’ in plaats van over ‘mannen en vrouwen’. Het sekse-onderscheid komt in de taal steeds vaker te vervallen. Zo hoor je als je met de NS reist sinds 2017 niet meer ‘dames en heren’ maar ‘beste reizigers’ en kiest Amsterdam voor ‘beste inwoners’. En één persoonlijk naamwoord hanteren (in plaats van drie of nog meer) werkt wel positief. Zweden ging ons namelijk voor. Daar hoeft sinds 2015 niet langer gekozen te worden tussen ‘han’ (hij) of ‘hon’ (zij), maar hebben ze het genderneutrale ‘hen’ voor iedereen ingevoerd. (dat ‘hen’ geeft in het Nederlands verwarring) Het heeft Zweden minder masculien gemaakt en toleranter jegens minderheden, constateerden Amerikaanse onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS.

Tolerantie

Hiermee is voor het eerst getoond hoeveel effect taal kan hebben op gelijkheid en tolerantie. Woordkeuze kan een samenleving veranderen. “Veranderingen in de samenleving hebben vaak invloed op taal”, aldus Ton den Boon, hoofdredacteur van de ‘Dikke Van Dale’  in dagblad TROUW. “Vroeger was bewindsman bijvoorbeeld de standaardterm. Later kreeg je ook de bewindsvrouw en nu zie je het woord bewindspersoon opduiken.” Nieuw taalgebruik kan wel degelijk helpen bij het bevorderen van inclusiviteit, zo toont Zweden dus inmiddels wel aan. In de praktijk verandert de betekenis van een woord vaak eerder dan het woord zelf. Zo worden Nederlandse woorden met mannelijke uitgangen, die eindigen op -er, steeds vaker voor mannen én vrouwen gebruikt, zoals kostwinner en dokter. Er zijn tegenwoordig trouwens meer vrouwelijke artsen dan mannelijke en dan krijgt zo’n woord vanzelf een andere lading. En we vinden het al jaren geen probleem om een vrouw ‘meester in de rechten’ te noemen.

Hallo allemaal, wat fijn dat je er bent!

Volgens Vivien Waszink, taalkundige bij het Instituut voor Nederlandse Lexicologie kun je inclusiviteit het beste bevorderen door dingen weg te laten in plaats van toe te voegen. Dus juist niet iemands gender erbij zetten als dit niet belangrijk is. Tevens vindt zij ‘goedenmiddag allen’ een prima alternatief voor ‘dames en heren: goedemiddag’. Wat dat betreft was Juf Ank uit ‘De Luizenmoeder’ met haar ‘Hallo allemaal’ een lichtend voorbeeld. Omdat wij in het Nederlands nog geen neutrale termen hebben voor hij/zij en voor hem/haar, stel ik het volgende experiment voor. Omdat X toch al vaak gebruikt wordt voor ‘neutraal’ kunnen we ons Nederlands daarmee verrijken. Wat is er op tegen om in plaats van te zeggen: ‘Dat is haar of zijn eigen beslissing’ te melden: ‘Dit is xijn beslissing’. Naar analogie hiervan worden hij/zij het onzijdige ‘xij’ en worden hem/haar ‘xem’. En dan ga ik heel manvriendelijk uit van de mannelijke variant. Als 10 miljoen Zweden dat kunnen, kunnen wij het ook.

Soms wel onderscheid

Maar er zullen tegelijkertijd altijd plekken zijn waar we onderscheid moeten blijven maken. Op het gebied van de vruchtbaarheid dus en in de medische zorg in het algemeen, waar het uitmaakt of je een geboren man bent of een geboren vrouw. En zo zijn er ooit afzonderlijke dames- en heren-toiletten ingesteld, omdat beide seksen zich daar prettiger c.q. veiliger bij voelden. Het lijkt me geen probleem om in al die enorme kantoorpanden in plaats van twee er drie soorten sanitaire voorzieningen te maken. Man, vrouw en genderneutraal. Krijg je met niemand ruzie, hoeven mannen niet bang te zijn dat ze op hun lid gekeken worden door iemand die misschien wel vrouw is of zich zo voelt en zijn vrouwen veilig voor ‘personen met een penis’ die daar niet de beste bedoelingen mee hebben. Ik ben dus een TERF (is inmiddels een geuzennaam), maar blijf bereid mee te denken hoe we transseksuelen (die hebben hun lichaam dus laten aanpassen) en transgenders zo prettig mogelijk in de samenleving kunnen integreren.