Raisa Blommestijn, presentator bij omroep Ongehoord Nederland, heeft de afschuw van velen over zich afgeroepen door meermalen het n-woord te gebruiken in een tv-programma dat deels ging over “blanken die door zwarten in elkaar worden geslagen”. Ook racisme, namelijk “blankofobie” volgens de vrouw die momenteel op veel plekken in de media opduikt vanwege onder anderen haar felle anti-woke gedachtengoed.

Vrouwen rukken overal op in de politiek en als opiniemakers. Ook in ultra-rechtse en/of oerconservatieve kringen. Ik vraag mij af: hoe feministisch is dat?

Leedvermaak

In bovengenoemde uitzending werden met duidelijk leedvermaak eerst de strubbelingen binnen partij BIJ1 behandeld, waar recentelijk het Amsterdamse bestuur uit onmin is opgestapt en zwarte leden melding maken van racistisch gedrag door partijgenoten. Daarop introduceert co-presentatrice Arlette Adriani ‘de minder belichte zijde van racisme’, namelijk blanken die door zwarten in elkaar worden geslagen. Het bleek een hopeloos geknipt en geplakt filmpje, maar de toon was gezet. De blanke mens wordt bedreigd.

Marine overtroefde vader Le Pen

Het begon qua vrouwen natuurlijk allemaal bij Marine Le Pen, die rond de eeuwwisseling als dochter van Jean-Marie Le Pen, de oud-leider van het Franse Front National, steeds meer en steeds nadrukkelijker de leiding nam en uiteindelijk zelfs haar vader aan de kant schoof. Journalist Sophie Pedder trok vorig jaar twee maanden op met de Le Pen en schreef longread haar in 1843 Magazine van The Economist. Over haar start als partijleider meldt zij: “De conservatieve oude garde van de partij was in het begin extreem tegen de toelating van Marine in de partij. Een jonge pas gescheiden vrouw die in haar eentje drie kinderen opvoedt, dat paste volgens hen niet bij de partij. Het ging zelfs zover dat ze zeiden: ‘Tous sauf Marine’, wat betekent: Iedereen behalve Marine. Uiteindelijk kwam ze toch in de partij terecht en klom ze door de jaren heen razendsnel omhoog in de rangen van het Front National.”

Ze kwam een heel eind

Nooit eerder haalde een radicaal-rechtse kandidaat zo veel stemmen bij de Franse presidentsverkiezingen, als Marine afgelopen voorjaar. 20 jaar na Jean-Marie voor het eerst de tweede ronde had bereikt en 18% van de stemmen had binnengehaald, wist zij met 41,5% ruim het dubbele aan kiezers achter zich te scharen. Een sterke vooruitstrevende vrouw met ‘achteruitstrevende’ ideeën. Kunnen we dat nog onder feminisme scharen?

Uitsluiting

In 2020 werd het in Nederland het evenement ‘Politieke Vrouwen’ georganiseerd, door een stichting die zich inzet om meer vrouwen te motiveren voor politieke functies. Er ontstond ophef op Twitter over de genodigden van het evenement. Eva Vlaardingerbroek en Nicki Pouw-Verweij, destijds nieuwkomers bij Forum voor Democratie, beklaagden zich erover dat zij bewust niet waren uitgenodigd voor het evenement. “Ben je vrouw, word je wéér uitgesloten..” aldus Eva Vlaardingerbroek. Een woordvoerder van de organisatie ‘Stem op een Vrouw’ reageerde daarop weer snedig met een: “Kijk je een keer naar kwaliteit, is het weer niet goed!”

De tolerantie-paradox

Het verzet van veel feministsiche organisaties is begrijpelijk. Hoewel zijzelf voorop gaan in het verdedigen van ‘diversiteit’ wordt dat bij ultrarechts maar slecht ‘gesmaakt’. Het zijn politieke groeperingen van mensen die zelf meestal niet openstaan voor mensen die om wat voor reden dan ook ‘anders’ zijn. Wetenschapsfilosoof Karl Popper schreef in 1945 in zijn boek ‘De open samenleving en haar vijanden’ reeds over deze paradox: “Onbeperkte tolerantie zal leiden tot verdwijning van tolerantie. Als we onbeperkt tolerantie uitbreiden tot zelfs diegenen die intolerant zijn, als we niet bereid zijn om een tolerante samenleving te beschermen tegen de felle aanval van de intoleranten, dan zullen de toleranten vernietigd worden en daarmee dus ook de tolerantie.”

Tea Party

In de USA, qua golfbewegingen in de geschiedenis vaak een voorloper voor West-Europa speelt het, net als in Frankrijk, al lang. Een zich onderscheidende vrouw binnen ‘blank rechts’ was Sarah Palin. Die was van 2006 tot 2009 gouverneur van Alaska. In 2008 verloor ze met haar partijgenoot John McCain de race om het Witte Huis van Democraat Barack Obama. Palin was McCains kandidaat voor het vicepresidentschap en huidig president Joe Biden haar tegenkandidaat bij de Democraten. Daarna werd ze actief in de Tea Party-beweging (inderdaad met een hoog jaren ’50-gehalte), een nog rechtsere stroming binnen de republikeinse partij met veel Trump-aanhangers. De laatste jaren profileren vooral gelikte, modern ogende vrouwen zich binnen rechtse kringen. Zo was daar Christine O’Donnell: ooit advocate in de snelle wereld van PR & Marketing, maar inmiddels naar rechts opgeschoven, in de Heer geraakt (doet het altijd goed bij Amerikanen) en verkondiger van zeer vrouwonvriendelijk gedachtengoed, zoals anti-abortus en anti-masturbatie voor vrouwen. Ja, het bestaat!

Politieke vrijages binnen rechts-blanke kringen

Het fenomeen van ouderwets christelijk gedachtengoed, gecombineerd met rechtse, vaak intolerante ideeën zien we ook in ons eigen land. Politieke ‘vrijages’ van FvD en de SGP bijvoorbeeld, zijn met name in coronatijd ontstaan. Een gemeenschappelijke vijand hebben smeedt een band. Zowel orthodox gelovigen als ultra rechts-aanhangers denken in termen van goed/fout, zwart/wit. Geen nuance, geen grijs en al helemaal geen kleur, geen plek voor twijfel of zelfinzichten: het ís zo of het is niet zo. Net zoals voetbalhooligans: “als je niet voor mijn kluppie bent, ben je tegen mijn kluppie.” Mensen die zich, naast hun anti-migratiestandpunten (andere huidskleur, andere religie), ook veelal vijandig opstellen ten aanzien van kwetsbare groepen in de samenleving, zoals mensen met een uitkering en en LGBTQ-ers.

Afgelopen week: Zweden

De Zweedse premier Magdalena Andersson maakte haar aftreden bekend, nadat haar centrumlinkse coalitie het bij de landelijke verkiezingen heeft afgelegd tegen een blok van rechts. Onder deze vier rechtse partijen, is ook de Sverige Demokraterna (SD), een al net zo verwarrende partijnaam als die van Forum voor Democratie in Nederland. Zij werden lange tijd uitgesloten, maar zijn niet meer te negeren, nu ze eenvijfde van de stemmen binnenharkten. Ulf Kristersson, leider van de rechts-conservatieve partij ‘De Gematigden’, neemt het voortouw om een nieuwe regering te vormen. “Bedankt voor het vertrouwen”, schrijft hij in een eerste reactie op Facebook aan zijn kiezers. “Nu brengen we Zweden op orde.” Leading Lady van het rechtse Zweedse front is Ebba Busch, leider van de Christen Democraten. Een opnieuw blonde, fotogenieke vrouw (ook wel politieke peroxide genoemd) met het imago van het idyllische Zweedse landleven met bijbehorende traditionele christelijke waarden. Van haar visie op immigratie maakt ze geen geheim: met name mensen uit moslimlanden horen in haar ogen niet thuis in Zweden.

Komende week: Italië

‘Pronti’, staat er op de trams die met haar beeltenis door Milaan rijden, ‘wij zijn er klaar voor’. Ook in Italië is een overduidelijke blanke, blonde vrouw op weg naar de macht: Giorgia Meloni. Zij lijkt de aanstaande verkiezingen te gaan winnen. Fascisme in Italië ligt gevoelig. Deze Giorgia Meloni maakte in het verleden al eens een schuiver met over Mussolini (met wie ze een verre, genetische verwantschap heeft) te zeggen dat “hij ook hele goede dingen heeft gedaan.” Italië-kenner bij EenVandaag, Eveline Rethmeier, ziet haar als een vrouwelijke Trump. “Haar boodschap is erg gericht op eerst de Italianen, familie voorop, kritisch op Europa en ze zet zich af tegen de elite en politieke klasse. Ik was gister bij haar campagne en ze kan goed oreren en presenteert zich als vrouw van het volk. Ze praat ook met een sterk plat Romeins accent en gaat er prat op dat ze nooit een studie heeft afgemaakt, omdat daar geen geld voor is. Dat spreekt veel mensen aan.”

Rechtse gedachten over vrouwen: brrr

Hoe er echt over vrouwen wordt gedacht binnen rechtse kringen, beschreef Thierry Baudet al eens pijnlijk duidelijk. “Het is eigenlijk normaal voor een vrouw om een beetje linksig te zijn. Dan ontmoet ze een man die gewoon rechts is, en dan zegt ze: ‘nou, die heeft ook wel gelijk’. Eerst krijg je wat linkse praatjes, en dan zeg jij hoe het echt zit, en dan zegt zij: ‘oké, dat is ook wel waar’.” En wat te denken van zijn uitspraak: “Vrouwen willen helemaal niet dat je hun ‘nee’, hun weerstand respecteert. De realiteit is dat vrouwen overrompeld, overheerst, ja: overmand willen worden.” In Baudets boekwerk ‘Onvoorwaardelijke liefde’ is het hoofdpersonage een gigolo uit Amsterdam die een alt-rightopvatting ontwikkelt. De man raakt er van overtuigd dat de clitoris slecht is (te onafhankelijk,  te feministisch en te links) en de vagina goed (een getrouw orgaan). De clitoris staat voor eigen vrouwelijk genot, daar heeft een man weinig over te zeggen. De vagina kan, volgens deze opvatting, alleen met een penis bevredigd worden. Er heerst in deze kringen niet alleen een angst dat de heteroseksuele mannelijkheid verdwijnt, maar er is tevens vrees voor het mengen van diverse etnische groepen. Seksisme, gecombineerd met racisme.

Liever ’the tradwife’

Er is voorts nog een andere manier om progressief (links) en conservatief (rechts) te onderscheiden in de politiek. Namelijk de mate waarin partijen het overheidsbeleid willen gebruiken om persoonlijke vrijheid (al dan niet) aan banden te leggen. Het gaat daarbij veelal om morele kwesties als seksuele, relationele en gender-vrijheid, diversiteit, abortus, euthanasie en zondagsrust. De representatie van de nieuwe rechtse vrouw is ook duidelijk die van een zogenaamd ’tradwife’: een vrouw die er altijd tip-top verzorgd en vrouwelijk uitziet, die geen seksuele relaties aangaat met migranten en al helemaal geen kinderen krijgt van gemengd bloed. Het zijn kortom de nieuw-rechtse (arische) vrouwen, die weliswaar een bepalende functie lijken te hebben binnen hun politieke partijen, maar ondertussen wel in het korset zitten van de door mannen bepaalde regels en strategieën. Fopfeminisme dus.

Intolerant met de intoleranten

Daarom eindig ik met een quote van de hier eerder geciteerde Karl Popper : “We zouden in naam van de tolerantie, het recht moeten opeisen om de intoleranten niet te tolereren. We zouden moeten eisen dat iedere beweging die intolerantie predikt, zichzelf buiten de wet plaatst. We zouden de oproepen tot intolerantie als crimineel moeten beschouwen, op dezelfde wijze als we oproepen tot moord, ontvoering of heropleving van slavenhandel als crimineel beschouwen.”